Is onze Nederlandse kennis en kunde van de afvalbranche ook internationaal toepasbaar?

Oftewel, hoe worden we als afvalprofessionals Active Abroad??

Ellenhermens Mijn werkzaamheden in de Nederlandse afvalwereld worden bij tijd en wijlen doorkruist met internationale vragen. Eens in de zoveel tijd landt er een mail in mijn  mailbox uit een ver of niet zo ver land met een vraag over hoe wij hier in The Netherlands inzameling aanpakken, of afvalscheiding stimuleren, of recycling mogelijk  maken, of communicatie met de omgeving inrichten. Blijkbaar worden we van buiten onze eigen grenzen bekeken door buitenlandse afvalogen die vragen hebben  die wij met onze Nederlandse kennis en ervaring zouden kunnen beantwoorden.

Ik zal eerlijk zijn, ik vind het vreselijk leuk om dit soort vragen in mijn mailbox te krijgen. Soms kan ik ze naar alle eer en geweten beantwoorden, soms moet ik doorverwijzen naar iemand uit mijn netwerk die meer weet over dat specifieke onderwerp. En meestal is het veilig, want ik krijg zelden de vraag of ik mijn koffer wil pakken en over wil komen naar het betreffende land. Wat natuurlijk in geval van verre landen met blauwe zeeën en witte stranden wel eens jammer is…..

Uit de vragen blijkt dat de ‘rest van de wereld’ dezelfde problematiek doorloopt waar we in Nederland soms ook mee te maken hebben gehad. Het gaat over hele operationele zaken: hoe richten jullie het gescheiden inzamelen van stromen in landelijk gebied in? Of over communicatie en educatie: hebben jullie voorbeelden van methodes om kinderen op school al bewust te maken van afval en afvalscheiding? Of juist hele technische zaken: over hoe een landfill duurzaam ingericht kan worden.

Wat mij dan op een gegeven moment door mijn hoofd schiet is, kunnen we hier nu niet wat mee doen? En dan bedoel ik meer dan alleen de mail beantwoorden. Want in Nederland is dusdanig veel kennis aanwezig, dat dit uitstekend gedeeld kan worden met onze buitenlandse branchegenoten om hun zo verder te helpen met het komen tot een duurzame vorm van afvalbeheer.

Maar als zzp-er is het lastig om body te geven aan een formule waarmee kennisdeling met het buitenland georganiseerd kan worden. Dus voor mij bleef het bij het beantwoorden van de vragen en eventueel het leggen van contacten met de juiste mensen.

Dit alles kreeg een positieve wending toen ik op Linkedin de oproep van Active Professionals las om mee te denken over hoe je als afvalprofessional Active Abroad kan zijn. Wat volgde was een brainstormbijeenkomst met gelijkgestemden, met interessante ideeën en mogelijkheden, en vooral een platform, gefaciliteerd door Active Professionals, waar vraag uit het buitenland gematched kan worden met aanbod uit Nederland.

Een mooi en uitdagend initiatief, waarmee nieuwe mogelijkheden ontwikkeld worden om het imago van Nederland als kennisland ook in de internationale afvalbranche te laten gelden. Want zeg nou zelf, al die afvalkennis en –ervaring, die willen we toch niet alleen voor onszelf houden?

Voor een ieder die interesse heeft, als opdrachtgever of als professional, bezoek de website  www.Active-Abroad.nl  of wordt lid van de Linkedin-Groep van Active Abroad voor meer informatie.

Advertenties

Participatiewet en Re-shoring

Nieuwe ronde…nieuwe kansen in SW!

In het voorjaar van 2012 organiseerde branchevereniging NVRD een themadag rond de Wet Werken Naar Vermogen (WWNV).  Een onderwerp dat leefde bij de leden van de vereniging. Gemeenten kregen er immers een zorgtaak bij en als vanzelfsprekend werd er direct ook naar de afvalbedrijven gekeken. Dat was niet zo gek natuurlijk. Afval- en BOR-bedrijven geven al invulling aan een of meer gemeentelijke zorgplichten en staan ook anderszins dicht bij gemeenten.

Toen de wet als gevolg van de kabinetscrisis controversieel werd verklaard stopten veel bedrijven niet met hun inspanningen om met gemeenten te kijken naar mogelijkheden om de SW doelgroep zinvol werk te verschaffen. Dat gebeurde vanuit een oprechte betrokkenheid en wens om maatschappelijk bij te dragen maar ook vanuit bedrijfsmatige overwegingen.

Per sociaal akkoord van april 2013 werd de WWNV weer verlaten. Nu komt de Participatiewet. De wet gaat 3 wetten/regelingen vervangen, te weten WSW, WAJONG en WWB. De wet moet nog behandeld worden in de 2e kamer, maar de contouren zijn helder en lijken breed gedragen. Per 2015 zal er geen nieuwe instroom zijn in de sociale werkvoorziening. Er komen ca 35 regionale ‘werkbedrijven’ die vooral een regiefunctie lijken te gaan krijgen in de bemiddeling van arbeidsgehandicapten (…). Aan mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt zullen blijvend beschermde werkvormen worden aangeboden.

Push

Bedrijven die door de werkbedrijven bemiddelde medewerkers in dienst nemen zullen daarvoor worden beloond met een loonkostensubsidie: het verschil tussen de loonwaarde van de medewerker en het minimumloon (met een max van 70% boven het minimumloon).

Zoals gezegd hebben veel bedrijven in de Afval-en BOR-branche niet gewacht op regelgeving. Bedrijven als ACV (Ede) en Dar (Nijmegen) maakten al stevig werk van SW toenadering. Plannen en intenties om relaties aan te gaan of te verdiepen tussen Afval- BOR-bedrijven en SW bedrijven zijn er eigenlijk vrijwel overal.

Per kamenbrief hebben bewindslieden deze maand (september 2013) laten weten kansen te zien in het fenomeen Re-shoring (het terughalen van productie die eerst werd uitbesteed naar lage-lonen-landen). Die kansen worden ook gezien door SW bedrijven. De Tilburgse Diamantgroep is al concreet bezig om met een klant om productieprocessen (die tot voor kort werden uitgevoerd in China) geschikt te maken voor de eigen populatie.  Er zijn inmiddels meer SW bedrijven die hier stevig op inzetten en daarvan kunnen de eerste resultaten al gemeld worden.

Kortom, onze Afval- en BOR-branche lijkt concurrentie te krijgen op de ‘SW’ arbeidsmarkt. Misschien een extra goede reden om de kansen van de participatiewet om te zetten in actie.

Is het voorgaande onzin, onvolledig of aanleiding om verder te praten? Ik hoor het graag:

hn@harrienouwens.nl


Voor “Omgekeerd inzamelen” moet je ballen hebben…

Afval is grondstof, maximalisering hergebruik en minimalisering restafval, zero-waste strategy of zelfs afval is voedsel. Het moge duidelijk zijn dat de afvalbranche een grote verandering aan het doormaken is. De bocht naar links of rechts van de olietanker die afvalinzameling heet is ingezet, het gaat niet langer meer om het afval van de straat te halen maar om het ophalen van zoveel mogelijk herbruikbare grondstoffen. En dus moet het allemaal compleet anders.

Omgekeerd inzamelen4Een flinke uitdaging voor alle inzameldiensten, publiek en privaat. Want al jarenlang is bekend dat aanpassingen in het inzamelsysteem stuiten op weerstand en protest van zowel burgers als bestuurders als aandeelhouders. Soms worden aanpassingen zo strak van overheidswege opgelegd, dat de inzameldienst er niet omheen kan. Maar met de huidige wetgeving, waarbij de invulling daarvan in de dagelijkse praktijk overgelaten wordt aan de gemeenten en hun inzameldiensten, dat is toch een hele andere situatie. In theorie ziet het er prachtig uit; aan huis met minicontainers mooie, zuivere gescheiden stromen inzamelen en het genereren van restafval ontmoedigen door bewoners hiermee naar centraal in de wijk geplaatste ondergrondse containers te laten lopen. Hoe mooi kan de wereld van inzamelen eruit zien?!

Zet de roze bril maar af……veranderingen roepen weerstand op, hoe goed je ze ook kan beargumenteren. Bewoners moeten meer gaan doen met hun afval, actiever zijn als het om afvalscheiding gaat. Zij willen graag wat terugzien van hun inspanningen, bij voorkeur in de vorm van lagere afvalheffingen. Daarnaast vraagt het ondergronds brengen van het restafval de nodige investeringen, kosten die ook gedekt moeten worden. De overgang naar omgekeerd inzamelen zal dus eerst gaan kosten voordat het gaat opbrengen.

Als gemeente zit je dan in een hele nare en pijnlijke spagaat; de overgang naar het omgekeerd inzamelen kost een hoop geld, levert vooralsnog weinig op en vraagt nogal wat van de bewoners. En bewoners die ‘tegen’ zijn, geven een hoop gedoe. Geen enkele gemeente zit te wachten op grote aantallen ontevreden bewoners die massaal het college van B&W gaan bellen en mailen om hun ongenoegen te uiten.

Zullen we het dan maar niet doen? Onzin! Natuurlijk kan je het doen, want op de wat langere termijn levert het omgekeerd inzamelen wel degelijk wat op en gaan we naar een minimale hoeveelheid restafval per inwoner toe. En dat is het hogere doel, toch?

De overgang naar omgekeerd inzamelen doe je niet van maandag op dinsdag. In deze trajecten staan zaken als goed voorbereiden, helder communiceren, samenwerking tussen inzameldienst, politiek en gemeentelijke organisatie, bewoners betrekken en openstaan voor vragen centraal en moeten alle betrokken partijen samen met dezelfde instelling en boodschap stevig in hun schoenen staan om het doel te bereiken.

Ook al is veranderen moeilijk, lastig en soms bedreigend, met de juiste argumenten en onderbouwing stijgt de bereidheid om mee te werken. En daarmee is de halve klus al geklaard.
De andere helft is de praktische invulling; uitdelen extra mini’s, nieuwe inzamelschema’s opstellen, een hele berg ondergrondse containers ingraven, etc. En laten we daar nou wel veel verstand van hebben……

Over de auteur

Ellen Hermens is onze vaste adviseur voor bedrijfskundige afval onderwerpen. Wil je reageren op dit onderwerp, dan nodigen we je uit in ons Afvalcafé linked-in groep.


Hoe lean and mean is Afval eigenlijk?

Ik kom het tegenwoordig vaak tegen; bedrijven moeten 'lean and mean' opereren in deze tijd. Waarbij ik overigens direct de aantekening moet maken dat deze uitspraak niet "slinks en gemeen" betekent maar eerder "efficiënt en krachtig", of met een wat negatievere bewoording, "meer met minder doen". Het mag duidelijk zijn dat ik aan de de eerste uitspraak mijn voorkeur geef. Als Bedrijfskundige is het begrip lean and mean toegepast binnen organisaties mij niet onbekend. Maar in de afvalbranche, kunnen we daar ook lean and mean zijn?

LeanandgreenDe kanteling binnen de afvalbranche is ingezet. Het inzamelen van huisvuil is verleden tijd, het inzamelen van grondstoffen is de nieuwe ontwikkeling. Met wet&regelgeving die de lat van het hergebruikpercentage steeds hoger legt, is er geen ontkomen aan de verandering van de afvalinzameling. Hier bovenop ligt in deze tijd dan ook nog het juk van het bieden van een hoge dienstverlening tegen maatschappelijk verantwoordde kosten. Inzamelaars en gemeentelijke inzameldiensten gaan gebukt onder deze ontwikkelingen; waarom een goed lopend systeem aanpassen? Nou gewoon; omdat er nog veel te veel herbruikbare materialen in de vuilverbranding verdwijnen.

Een al jarenlang in gebruik zijnde systeem aanpassen is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het gaat hier niet om een extra minicontainer of een nieuwe inzameldag. Het gaat hier om de burger vragen zijn gedrag te veranderen. Heeft de inzamelaar een logistieke uitdaging om alle herbruikbare stromen zoveel mogelijk bij de burger aan huis in te zamelen, de burger moet met zichzelf de uitdaging aangaan om afval scheiden zijn tweede natuur te maken. En dat is in eerste instantie natuurlijk ontzettend veel gedoe……

Het idee is relatief eenvoudig: aan huis krijgt een burger minicontainers voor papier, gft en droge en herbruikbare materialen zoals kunststof, blik en tetrapakken. Het restafval gaat ondergronds op een centrale locatie in de wijk. Hier is het uitgangspunt dat de langere loopafstand als drempel op de hoeveelheid restafval van de burger werkt. Weinig restafval betekent weinig wandelingetjes naar de container. Een kind kan zo lean and mean de was doen, toch? Nou, nee.

Want de belangrijkste factor in dit verhaal is de burger. En dat is meteen ook de factor die het meest moeilijk te beïnvloeden is. Een inzamelaar ( of inzameldienst) kan wel lean and mean willen zijn, een burger is dat per definitie niet. Een burger wil gemak en eenvoud, niet teveel gedoe en als het kan ook nog iets terug zien voor zijn inspanningen. Oh ja, en last but not least, bestraffen werkt averechts.

De uitdaging voor de zeer nabije toekomst is dus niet de logistiek, niet de maatschappelijk verantwoorde kosten maar de gedragsverandering van de burger. En dat is een hele andere discussie.

Afvalinzameling kan dus zeer zeker lean and mean, daar is geen twijfel over. Maar wel in een context die voor de burger clear and easy is. Anders blijven we afval inzamelen en laten we grondstoffen verloren gaan.

Over de auteur

Ellen Hermens is onze vaste adviseur voor bedrijfskundige afval onderwerpen. Wil je reageren op dit onderwerp, dan nodigen we je uit in ons Afvalcafé linked-in groep.


Herman Wijffels over de circulaire economie

Wat is een circulaire economie: Herman Wijfels legt het concept uit:

Duurzaamheid wordt het kernbegrip in de maatschappij en daarmee ondergaan traditionele rolpatronen in de economie een verandering: intensievere contacten tussen handelspartners en minder speculatie. Volgens Herman Wijffels, hoogleraar duurzaamheid en sociale verandering Universiteit van Utrecht, is het concept van de circulaire economie gericht op het effectiever omspringen met natuurlijke hulpbronnen om tot een duurzame samenleving te komen.

bron: “Herman Wijffels over de circulaire economie”, Me Judice, 1 december 2011.

Neat and petite or big is beautiful?

Harrie Nouwens is onze vaste adviseur voor personeels- en organisatie vraagstukken. Harrie geeft als “Kennisdeler” zijn visie op het actuele onderwerp “Het schaaldilemma”.

Grote concerns en gefuseerde ziekenhuizen kraken. Het MKB wordt geroemd als banenmotor en het economische succes van Duitsland wordt toegeschreven aan de menselijke maat van het familiebedrijf. De ideale schaal bestaat natuurlijk niet, ook niet in de afvalbranche. Toch is het goed om na te denken over wat schaal voor je doet of kan doen.

Als je dichtbij het proces van afvalinzameling of verwerking staat denk je er vaak anders over, maar van een afstandje bekeken gaat het om relatief eenvoudige processen voor een bekende, weinig veranderende, klantengroep. Reden om te streven naar ‘operational excelence’ en minder naar ‘customer intimacy’. Kortom efficiëntie-focus, bijvoorbeeld door schaalvergroting. Met name bij verwerking is investering in (zeer) dure installaties alleen rendabel wanneer er ook voldoende tonnen doorheen gaan. Wanneer je als inzamelaar vijf voertuigen inzet zul je bijvoorbeeld door een reservevoertuig moet borgen dat de inzameling door kan gaan bij uitval van materieel. Wanneer je met 10 voertuigen rijdt hoeven dat niet direct 2 reserves te zijn. Inkoop wordt goedkoper en de overheadkosten worden doorgaans ook lager. Het voeren van een salarisadministratie voor 150 medewerkers kost bijvoorbeeld nauwelijks meer tijd (FTE) dan een administratie voor 50 medewerkers . Het uitzoeken welke arbodienst het beste aanbod doet, kost bij 150 medewerkers even veel tijd als bij 500 medewerkers. Zo zijn ongetwijfeld nog veel meer en wellicht ook betere voorbeelden te geven.

Tegelijk valt er veel te zeggen voor een meer beperkte organisatie-omvang. Zonder organisatorische tussenlagen en een kleiner kader is eenvoudigweg minder overleg nodig. Dat scheelt uren, maar belangrijker nog, het zorgt voor een grotere wendbaarheid. Beslissingen kunnen immers sneller worden genomen. Kleinere bedrijven hebben de neiging om dichter bij hun klanten te staan doordat ze minder met zichzelf en meer met klant bezig (kunnen) zijn. Ze zullen minder snel in oneigenlijke afrekendiscussies terecht komen. Van een klant/opdrachtgever die dichtbij staat weet je precies wat die wil en in welke mate. Dat maakt het bieden van antwoorden een stuk makkelijker.

Daar staat weer tegenover dat bedrijven met een wat grotere schaal zich meer specialisten kunnen veroorloven evenals bijvoorbeeld een serieus budget voor communicatie naar burgers. Gedragsbeïnvloeding wordt steeds belangrijker en opdrachtgevers verwachten ook dat daar op een professionele mannier werk van wordt gemaakt. De verdergaande complexiteit van de samenleving en regelgeving vraagt bovendien om inzet van specialisten. Slim omgaan met afschrijvingen, rente en fiscale zaken vereist meer dan een gemiddelde boekhoudkundige kennis. Meer specifiek voor onze branche is arbo- en milieuzorg. Expliciete aandacht voor veilig, gezond en milieubewust werken vraagt steeds vaker om inzet van specialisten.

Je kunt stellen dat het in deze tijd voor echt kleine bedrijven erg lastig wordt maar dat grote bedrijven zeker ook de voordelen van kleinere bedrijven voor ogen moeten houden. Het bewaken van de balans is misschien wel de essentie van organisatieontwikkeling. Een specialisme op zich.

Over de auteur

Harrie Nouwens is onze vaste adviseur voor P&O en meer. Wil je reageren op dit onderwerp, dan nodigen we je uit in ons Afvalcafé linked-in groep.